De liefde
Een hete adem dreef, in schok, na schok,
De wezenloze sintels uit elkaar.
Ad infinitum. Er was nog geen klok.
De kleinste aardverschuiving had de duur
Van anderhalve eeuw. Pas na een paar uur
Miljoen zonsondergangen stolde het vuur,
Tot er iets kwam als pool en evenaar.
Ze zeggen het, voor mij is het niet waar.
Voor mij was alles, lucht, zee en land,
Met al wat ademt, in een oogwenk klaar.
In een minuut leek alles uitgebrand.
Maar toen, ik zomaar aan de overkant,
Jou langs zag gaan, verstreek er duizend jaar.
Gerrit Komrij

Geen opmerkingen:
Een reactie posten